Doorgaan naar hoofdcontent

Intens verdrietig

Soms voel ik me intens verdrietig.
Intens verdrietig dat ik ziek ben geworden. Intens verdrietig dat ik zo hard over mijn eigen grenzen heen ben gewalst. Verdrietig en teleurgesteld dat ik deze grenzen héb. Vaak ontmoedigd bij de gedachte dat ik die grenzen pas ken als ik er overheen ben gegaan, maar dat ver ervóór al stoppen weer niet genoeg voldoening in mijn leven biedt.
Het is ook frustrerend dat dingen die in het verleden zijn gebeurd, geen schepen zijn die ik achter me kan verbranden. Financieel is het geen feestje, terwijl ik op alle fronten keihard werk en mezelf luxe ontzeg. Mensen om me heen trouwen, krijgen kinderen, kopen huizen, vieren vakantie. Ik ben blij als mijn spaargeld er niet dit jaar nog doorheen gaat, en ik wil er niet eens aan denken wat er gebeurt als mijn reïntegratiegrens ligt onder de 30 uur werk. Wat mijn toekomst dan zal zijn, mijn levensstandaard. Ik wil zo graag een hond om elke dag mee te wandelen.
Ik ben soms zo intens verdrietig dat dit me overkomen is, dat ik niet meer kan dan dit, dat alles constant verandert terwijl mijn hoofd dat juist niet trekt, en dat er op veel vlakken (nog) geen enkele vaste grond is.

Ik houd me vast aan hoop en aan een soort vertrouwen dat er iets is wat me op de been houdt; ik bid, ik wandel, ik slaap. Ik houd me vast aan dat ik de liefde van mijn leven elke dag om me heen heb, dat ik mijn ouders, zusje, familie en goede vrienden om me heen heb en de sterkste wil van de wereld om door te gaan.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....