Doorgaan naar hoofdcontent

Basisontspanning

Antidepressiva. Nu ik dat woord wat vaker uitspreek dan voorheen, besef ik dat het helemaal niet klopt. De meeste mensen slikken het spul niet vanwege een depressie, maar vanwege angst en paniek. 


Angst, paniek, depressie: het is me allemaal niet vreemd. Ik heb leren leven met het feit dat ik daar (mede door hersenletsel) gevoeliger voor ben en ik signaleer het snel en weet hoe ik ermee om kan gaan.

Maar toen kwam 2020. Elke maand andere vrijheden, elk seizoen andere sentimenten daarover, luide bovenburen die vaker thuis zijn, weinig uitwijkmogelijkheden buitenshuis, minimaal sociaal contact, werken van achter een scherm. Een nieuwe baan, mijn moeder die plotseling geopereerd moest worden, mijn vriendin die haar baan verloor, de constante verandering van collega's in mijn team. Vrienden die ouders werden. Vrienden die miskramen kregen. En ik vergeet als ik dit straks af heb vast nóg wat veranderingen.

Er gebeurde "gewoon" veel, en er ging ook veel niét door. Mijn hersenen hebben bovengemiddeld veel verwachtingsmanagement nodig om te kunnen functioneren, anders is de batterij snel leeg. Het was een jaar met nul mogelijkheden tot anticiperen. En in december was de koek op, van werkelijk van álles raakte ik over de kook, ik stond 24/7 op hoogspanning en sliep dus ook slecht.
Lege batterij, geen oplader in het vooruitzicht. Wat dan?

Ik denk in problemen, maar vooral denk ik in het oplossen van problemen. Ik heb het hele jaar voor elke drempel weer een oplossing gevonden. Ik hoopte het "zelf te kunnen doen". Als je een zwakke rug hebt, is het verstandig om hulp in de huishouding te regelen. Ik had al angstremmers, maar ik heb een basisontspanning nodig. Ik vind het verdrietig dat het zo'n rare tijd is dat ik zeker weet dat die basisontspanning er voorlopig niet meer van gaat komen.

Dus worden het pillen. Ergens is het ook een opluchting dat ik het tóch weer aanpak. Ik hoop dat dit een goede hulp in de huishouding gaat zijn :-).

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....