Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen.
Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.
Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om verder te gaan met zijn project, doeken beschilderen.
Dan komt Marjet binnen, super vrolijk. Haar rolstoel wordt gereden door Wendelien die tegen ons zegt "allemaal buigen, want hier is de koningin!". We gaan aan de slag.
Daar zit ik dan, met een rolwagentje vol glazuurverf naast me, een beker die nog beschilderd moet worden en drie andere mensen aan deze gigantische tafel. Af en toe zeggen we wat, maar echt een gesprek kun je het niet noemen. We noemen elkaars werk mooi, en knap, en oh wat leuk voor de winkel! Marjet stempelt op haar papier, en als ze door een spasme per ongeluk verkeerd stempelt zegt iedereen ah joh, leuk toch zo aan de rand!
Nu wonen we op de mooiste plek op aarde, als je het mij vraagt, maar ik kan me niet meer voorstellen dat werken een meerdaagse bezigheid in de week was.
Sinds vorige week ga ik naar een atelier, zo noem ik het zelf. Het is een creatieve dagbesteding waar ik mezelf kan zijn. Ik hoef geen gesprekken te voeren, maar dat mag wel. Ik mag tussen de anderen gaan zitten, maar niemand kijkt raar op als je je koptelefoon opzet en in een hoekje gaat zitten. En hebben we zin in chocola, dan loopt een van de deelnemers gewoon naar de supermarkt om de hoek. Het is geen werk, dus er zijn ook weinig regels.
Het voelt goed om daar te zijn. We hebben een heel fijn huis waar ik niet zo vaak stil zit. Er moet altijd wel wat gedaan in huis, en mijn hoofd moet af en toe het huis ook uit. Wandelen met de hond, afspreken met vrienden, zingen in een koor: allemaal leuk, maar het is ook fijn om overdag af en toe ergens te moeten zijn. Ook op slechte dagen kan ik hierheen. 10 minuten op de fiets.
Ik moet erg wennen aan het idee dat ik nu tussen mensen met een beperking zit, zoals dat heet. Het werkelijk tussen die mensen in zitten is prima. Het idee dat ik daarbij hoor, dat is nog wel moeilijk.
Van zoveel mogelijk bewijzen dat je kunt presteren, naar doen wat op dat moment het beste past bij mijn functioneren: het is een weg in de goede richting, en ik ben blij dat ik stappen zet.
Reacties
Een reactie posten