Doorgaan naar hoofdcontent

Overprikkeling en motoriek

Een bijwerking van overprikkeling die snel wordt overschat: als je overprikkeld bent, kunnen je hersenen je lijf niet goed aansturen. 


Het is komende week de Dag van de overprikkeling en deze post bracht me ertoe dit stukje te schrijven.

Ik merk soms pas dat ik overprikkeld (en dus uitgeput) ben als ik letterlijk ergens tegenaan loop, mijn hoofd stoot, of vervelender nog: als ik vervelende blessures oploop zoals een gebroken enkel (en de zwakte die daarin overbleef daarna). Ik scheurde een spier in mijn schouder bij het keepen tijdens een wedstrijd waarin er al veel teveel gaande was aan stress, concentratie, lawaai, warmte...

Omgekeerd ben ik blij dat ik mijn overprikkeling steeds meer leer herkennen. Ik leer ermee leven, er rekening mee houden. Dat leidt ertoe dat ik me fitter voel en fitter ben. Ik leer waar ik me goed bij voel. Korte stukjes hardlopen, bijvoorbeeld, en de trots die volgt als ik dat heb gedaan op een moment dat ik al heel moe was. Zwemmen, omdat dat ook lekker loom kan en ik me dan geen zorgen hoef te maken om mijn enkel.

Het maakt helaas ook dat ik moest stoppen met een teamsport: ik kan niet garanderen dat ik met zo'n regelmaat fysiek kan presteren, mijn concentratie en fitheid zijn helaas factoren waar ik naar aanleiding van mijn hersenletsel weinig invloed op heb. Dat vind ik jammer, want ik houd enorm van sporten met een bal, in een team. Ik ben er goed in en ik mis de gezelligheid ervan. Maar het kost me in zijn totaliteit teveel inspanning van mijn hoofd.

Het is een instabiel leven, waarin ik zelf steeds stabieler word.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....