Doorgaan naar hoofdcontent

Afzegfase

Ik blijf strijdvaardig, ik regel wat geregeld moet worden voor 'mijn zaak', maar daarbuiten heb ik een hoop maar even opgegeven.

Alle evenementen met grotere groepen, afspraken: sociaal ben ik even blut. Financieel ook een beetje, trouwens, dat helpt niet als je koffie wilt drinken of uit eten met iemand of cadeautjes kopen. Maar dat maakt me eigenlijk al vrij weinig meer uit.

Halve nachten wakker liggen, angstremmers, huilend wakker worden: dagelijks terugkerend kan ik het niet noemen, maar het zijn ook geen uitzonderingen meer. Uitputtend, naast de overprikkeling die mijn brein al snel heeft door het hersenletsel.

Ik ga er maar vanuit dat dit een tijdelijk iets is, een fase waarin de nervositeit het heeft overgenomen van mijn wil om een compleet leven te leven ondanks al het verrotte reïntegratie- en uitkeringswezen. Als dat de bedoeling is van zo'n systeem, dan lukt het ze aardig: ik ben murw geslagen en moe gestreden.

Ik mis mezelf een beetje. Ik mis degene die hield van biertjes drinken met haar hockeyteam, met vrienden sporten, feestjes meepakken tot sluit, degene die uren gezamenlijk kon bankhangen met thee, die initiatief nam als er iets leuks op touw gezet kon worden. Ik mis zelfs degene die ik vorig jaar besloot te zijn: dan maar niet zovéél sociaal leven, dan maar meer voldoening zoeken in mijn creativiteit. Maar met deze nervositeit lukt ontspannen niet goed genoeg.

Sociaal gezien ben ik snel op: grote groepen zijn funest, social talk, de laatste vergaderingen waren zelfs slopend... Ik houd vrienden een beetje op de hoogte van mijn reilen en zeilen via update-appjes, zodat ik niet steeds weer alles hoef te vertellen.

Moeilijk hoor, om rust te vinden. Een constante stroom van angst. Waar ik eerst overspoeld werd door afspraken - in het ziekenhuis, met de fysio, met begeleiders - vraag ik me nu af of ik niet eens iets moet gaan zoeken, om wéér te leren hoe ik rust kan vinden. Steeds, in elke fase, weer op een andere manier, denk je de sleutel te hebben gevonden, en dan volgt de volgende. Hoe doe ik dit, mezelf door deze fase heen sleuren?

This too shall pass.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....