Doorgaan naar hoofdcontent

Naar huis, naar huis, zei Duimelot

Vandaag een gezellig samenzijn met familie die ik niet zo vaak zie. Ik kan ervan genieten, maar tegelijkertijd vind ik het moeilijk om ervan te genieten doordat ik in rap tempo energie verlies tijdens gesprekken, met veel geluid, veel enthousiasme - ook dat van mezelf.

Het zou nog tot daar aan toe zijn als dat het zou zijn: een leuke reden om je energie aan te verspillen. Dat heeft iedereen er voor over, en ik - zij het met mate - ook.

Maar er zijn bij mij helaas meer onderdelen van zo'n dag die zoveel energie slurpen dat ik nog vóór etenstijd overbelast thuis kom, huilend onder de douche op de grond zit en gelijk mijn bed in ga.
Ik slaap soms slecht als er dingen aankomen die spannend zijn (en ik vond dit spannend, want ik moest ook weer uitleggen hoe het met me gaat).
Er zijn soms bijvoorbeeld bovenburen die kinderfeestjes geven op de dag dat je overdag moet opladen voor een evenement als dit.
Er zijn treinen die vol zitten met drukke mensen, perrons die je moet onthouden.
Op de terugweg in hartje Amsterdam door de wietwalm (hallo misselijkmakende prikkel!) en de onvoorspelbare mensenmassa naar de trein.

Ik voel me soms alleen in de jungle die de wereld voor me is als ik moe ben. Dat andere mensen niet aan me zien welke handicap ik met me mee draag, dat ik dus ook geen begrip van ze kan verwachten.
Ik kan al zo moe worden van ergens heen gaan en hoe weer thuis te komen: mijn hoofd heeft duidelijkheid nodig, maar weet jij altijd precies wanneer je terug wilt/moet/kan? En hoe?
Ik kan alles altijd tot in de puntjes voorbereiden, maar het blijft zoals John Lennon ooit zei: life is what  happens while you're busy making other plans.
Vind ik zelf soms heel leuk. Mijn hoofd niet. En mijn hoofd is de baas.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....