Doorgaan naar hoofdcontent

Landingsbaan

Deze week beginnen sommige dingen te landen. 

Dat ik misschien wel nooit méér kan werken dan 15 uur. 

Dat ik zelf echt niet zo goed doorheb wanneer alles bij elkaar teveel is. 

Dat ik daar misschien wel hulp voor moet aannemen.

Ik kan niet beschrijven hoe stom ik dat vind. Mijn hersenletsel is zo gewiekst dat ik wél alles kan (koken, intelligent werk doen, administratie, naar een concert) maar dat het gewoon niet allemáál kan. Want alles kost een schepje meer energie dan bij ongeletselde mensen. 

Misschien is het goed omschreven als ik zeg alsof het lijkt alsof er maar 4 dagen in mijn week zitten, maar ik wel net zoveel moet doen als ieder ander. Boodschappen, werken, huishouden, vrienden spreken, sporten, koken, een dagje weg...

Ik kan dus niet alles en ik zal dingen uit handen moeten geven. Verschrikkelijk stom vind ik dat, zo moeten oude mensen zich voelen: dat je opeens beseft dat je niet alles meer zelf kunt.

En wie vertelt me wat ik dan aan iemand anders moet overlaten, om niet overbelast te raken? En wie gaat het dan doen? En waar haal ik dat geld vandaan?

Ik merk de laatste tijd dat ik meer vragen dan antwoorden heb. Lekker poëtisch wel, maar ik heb mijn leven liever iets concreter. Ik hoop dat de antwoorden met de tijd vanzelf ontstaan. Ik heb erg veel energie gestopt in alles regelen, maar ik deed geen leuke dingen meer en ik merk dat ik daar nogal overspannen van werd. 

Dus voorlopig moet ik leuke dingen doen. Dat is een voorwaarde om de moed erin te houden. Tips voor gratis leuke dingen zijn welkom :-)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....