Doorgaan naar hoofdcontent

Ziek zijn in tijden van ziek zijn

Ik wil mezelf niets opleggen, maar ik had me toch echt voorgenomen om voor elke doordeweekse dag een stukje te typen. Gisteren was ik heel dapper begonnen aan een tweede stukje, maar als ik nu naar al mijn ideeën kijk denk ik: nah… zonder hoofdletters.
Vandaag, gisteren, en juist ook al eergisteren, ben ik ziek. Ziek zoals iederéén wel eens ziek is: heel veel snot (excuus), hoofdpijn, keelpijn, spieren die niks willen, droge mond, mijn hele weerstand is weggeblazen door de herfstwind, denk ik. Ik heb vorige week nogal wat gewandeld, gezwommen, hardgelopen en gehockeyd. Op het zwemmen na allemaal buiten, maar ook dan ga je dus wel met een nat hoofd naar huis, ‘s avonds in de kou. Al met al denk ik een slechte combinatie met de weersomslag.
Dus nu ben ik even volledig inactief. Ik sta ‘s ochtends op met mijn vriendin, eet dan braaf een ontbijt in het kader van ‘aansterken kost ook energie’, ik douche en spoel mijn holtes leeg, en dan ben ik dus alweer gesloopt en ga mijn bed in. Dan gaat zij naar haar werk en voel ik me écht heel stom: ik kan me niet eens zíek melden van iets wat ik zou gaan doen.
Ik weet dat ik me hier niet druk om zou moeten maken, maar als ik iets heb geleerd over mezelf het afgelopen jaar, is dat ik heel graag bezig ben. Dat ik het heerlijk vind om een beetje aan te klooien, maar wel in een kader van structuur en véél bezig zijn. Nutteloos mag pas als ik geen energie heb, en geen energie is eigenlijk pas eerlijk als ik nuttige dingen heb gedaan. En ik ben niet eens calvinistisch opgevoed.
Mijn hoofd doet overigens niet mee met het lage energiepeil. Zul je zien dat ik na dit ziekenbed weer helemaal in actie wil, en dat mijn hersenen dan gaan tegenstribbelen.
Rustig blijven, uitzieken...

Reacties

Populaire posts van deze blog

Atelier

Voor de tweede keer ga ik op donderdagochtend aan de lange eettafel met het croissantjestafelzeil zitten. Dit keer heb ik een bezigheid van thuis meegenomen, want vorige keer zat ik te wachten tot iedereen binnen kwam. Ik doe ondertussen wat met mijn handen: ik brei verder aan een muts voor mijn neefje. Froukje tegenover me pakt iets uit haar tas: een 3D-breiring die ze thuis heeft gemaakt met haar printer om de vingers van handschoenen makkelijk te breien. Ze wil me zo ook wel de breimachine laten zien! Ik zeg dat ik dat heel lief vind, maar dat ik vandaag wat anders wil doen. Eigenlijk heb ik geen idee wat. Er is hier zoveel te doen. En ik weet nog niet wat ik zomaar mag pakken.  Maar als het busje met een paar andere deelnemers aankomt met Holly & Reinier, die ook uit mijn dorp komen en zijn opgehaald, zie ik al hoe dit gaat: begeleidster Elena vertelt aan Holly wat ze kan doen, ze heeft het blijkbaar nodig. We zitten nog wat, maar Reinier gaat juist gelijk het atelier in om...

Maart roert zijn staart, april doet wat-ie wil…

Ik hoor mezelf aan de telefoon zeggen ‘het is allemaal zo spannend nu’ en ik denk: nú? Het is al anderhalf jaar hartstikke spannend. En het duurt maar en het duurt maar. Vorige week wilde ik eindelijk weer eens een stukje schrijven. Over de helse maand die maart was geweest, en dat ik deze maand positief start met het afronden van een werkproject en positief eindig met een vakantie - ik had het stukje “Maart roert zijn staart, april doet wat ik wil” willen noemen. In de handleiding van ‘Lottes hersenletsel’ staat met dikke letters: structuur dient te allen tijde worden nagestreefd  en anticiperen moet je leren als je met Lotte wilt communiceren - nou ja, bij wijze van spreken dan. Er zijn nog steeds NAH-gespecialiseerde hulpverleners die daar hun handen aan branden. Die zonder vooraankondiging zeggen ‘oh ja, dit is onze laatste afspraak want je traject is afgelopen’. Die een vage inschatting van een vervolg geven, terwijl er een harde lijn bestáát. Ik was zelf ook geen b...

Flarden van een ziektebeeld

Ik wilde dat het nooit gebeurd was. Februari 2010, 21 jaar Al een aantal weken ben ik grieperig. Althans: een paar dagen per week heb ik knallende koppijn en ben ik koortsig, algehele malaise. Als donderslag bij heldere hemel is het op andere dagen voorbij. Ik werk aan de opzet van mijn scriptie, maar krijg er met zo weinig regelmaat geen vaart in. Ik lig op de bank in de woonkamer van mijn ouders. Het vriendje van mijn zusje lacht me uit. Het voelt ook wel een beetje gek: zoveel pijn hebben van het licht, dat je met een laken over je hoofd ligt. Alsof je zo uit het mortuarium gerold bent. Het daglicht is te fel, ik ben steeds gesloopt. Ik denk aan migraine, maar dat is het niet. Dat ken ik al. Dit niet. Ik zit naast mijn moeder in de auto, op weg naar de huisarts. Niet voor de eerste keer. Ik blijf maar spugen, er staat een vierkant geel Duplo-opbergemmertje tussen mijn benen. Als ik al mijn eten uit heb gespuugd, blijf ik overgeven. Gal, mijn ingewanden komen er haast uit....